Artikel 1 van 4 9 min leestijd Gepubliceerd

Hollen of stilstaan: waarom een ADHD-brein zo ongelijk werkt

Op maandag doe je in drie uur wat een ander in een week doet. Op dinsdag lukt het niet om één mail te beantwoorden. Dat is geen karakterfout. Het heeft te maken met hoe beloning en motivatie in het brein zijn geregeld.

Voor:

Sanne werkt op de financiële administratie van een middelgroot bedrijf. Haar collega's kennen twee versies van haar. De ene versie bouwt op een vrijdagmiddag een rapportage waar de afdeling maanden op heeft gewacht, vergeet te lunchen en stuurt om tien over zes een mail met 'klaar, kijk maar even'. De andere versie zit drie dagen op een declaratieformulier van vier regels. Ze weet dat het moet. Ze wil het ook. Het gebeurt gewoon niet.

Voor wie het van buiten bekijkt, is dat moeilijk te rijmen. Als je zoiets moeilijks kunt, waarom dan niet iets simpels? Voor Sanne zelf is het net zo raadselachtig, en na jaren komt daar vaak schaamte bovenop. Toch is er een verklaring die past bij wat onderzoekers in het brein zien.

Wat er in het brein anders loopt

In 2009 publiceerde een team onder leiding van Nora Volkow in het tijdschrift JAMA een studie waarin ze de hersenen van 53 volwassenen met ADHD vergeleken met die van 44 volwassenen zonder ADHD. Met PET-scans maten ze hoeveel dopaminereceptoren en dopaminetransporters er beschikbaar waren in bepaalde hersengebieden. Dopamine is een stof waarmee hersencellen met elkaar praten. Een van de netwerken waarin dopamine een hoofdrol speelt, is het beloningssysteem: de gebieden die aanslaan als iets de moeite waard lijkt.

Bij de deelnemers met ADHD waren er in twee delen van dat beloningssysteem, de nucleus accumbens en de middenhersenen, gemiddeld minder van die receptoren en transporters beschikbaar. En hoe minder ervan, hoe meer aandachtsproblemen de deelnemers rapporteerden. De onderzoekers schreven zelf voorzichtig dat dit past bij het idee dat het beloningssysteem bij ADHD minder goed reageert. Ze hadden de gevoeligheid voor beloning niet los gemeten, dus die stap blijft een interpretatie. Het zijn ook gemiddelden van groepen. Aan één scan kun je niet zien of iemand ADHD heeft.

Wat zo'n verschil in de praktijk doet, is uitgewerkt door onderzoekers als Gail Tripp en Jeff Wickens. Normaal gesproken leert het brein om een dopaminesignaal af te geven zodra iets een beloning aankondigt. Je ziet de koffiekar de gang in rijden en je bent al blij, nog voor je koffie hebt. Volgens Tripp en Wickens verloopt dat vooruitschuiven van het signaal bij ADHD minder goed. Het gevolg: een beloning die pas over drie weken komt, voelt nu niet als een beloning. Er is niets dat trekt. Een overzichtsstudie van Luman, Oosterlaan en Sergeant liet al in 2005 zien dat kinderen met ADHD in experimenten vaker kiezen voor een kleinere beloning nu boven een grotere later, sterker dan andere kinderen.

Interesse als motor

Zet die twee dingen naast elkaar en Sannes week wordt logischer. Het declaratieformulier heeft een beloning die ver weg is en klein: geld dat toch wel komt, een vinkje in een systeem. De rapportage was nieuw, ingewikkeld, en er zat een deadline achter waar mensen op wachtten. Dat zijn precies de dingen die het beloningssysteem wel in beweging krijgen: iets dat interessant of nieuw is, of dat nu urgent is.

De Amerikaanse psychiater William Dodson noemt dit een 'interest-based nervous system', een zenuwstelsel dat op interesse draait. Goed om te weten: dit is een observatie uit zijn spreekkamer, geen theorie die in onderzoek is getoetst. Maar het beschrijft iets dat veel mensen met ADHD direct herkennen, en het sluit aan bij wat de dopaminestudies laten zien. Iets belangrijk vinden is bij ADHD vaak te weinig om in beweging te komen. Iets interessant vinden werkt beter. Urgentie werkt bijna altijd, en dat verklaart waarom zoveel mensen met ADHD pas de avond voor een deadline op stoom komen.

Hyperfocus: de andere kant van dezelfde munt

Als iets wel trekt, kan het brein er soms nauwelijks meer van los. Uren verdwijnen. Berichten blijven ongelezen, eten wordt vergeten, de afspraak van drie uur ook. Dat wordt hyperfocus genoemd.

Lang was hyperfocus vooral iets waar mensen over praatten en waar weinig onderzoek naar was. In 2019 onderzochten Kathleen Hupfeld en collega's het bij twee groepen volwassenen, in totaal ruim zeshonderd mensen. Deelnemers met meer ADHD-kenmerken meldden vaker en sterkere hyperfocus, op school, bij hobby's en achter een scherm. In een overzichtsartikel uit 2021 concludeerden Brandon Ashinoff en Ahmad Abu-Akel dat het verschijnsel nog slecht is gedefinieerd en dat er weinig goede studies zijn. Ze stellen een omschrijving voor: aandacht die door betrokkenheid bij een taak zo intens wordt dat je de omgeving nauwelijks nog opmerkt, terwijl de taak zelf meestal beter gaat.

Hyperfocus en verstrooidheid lijken tegenpolen, maar komen waarschijnlijk uit hetzelfde systeem. Het brein regelt aandacht minder op commando en meer op wat de taak losmaakt. Bij een saaie taak glijdt de aandacht weg. Bij een taak die pakt, glijdt al het andere weg.

Als het stilvalt

Het stilvallen op een simpele taak heeft in de volksmond namen als 'ADHD paralysis' of 'task paralysis'. Dat zijn geen wetenschappelijke termen. In onderzoek heet het uitstelgedrag en moeite met het starten van taken. Een kleine studie van Niermann en Scheres uit 2014 onder studenten vond dat vooral de aandachtskenmerken van ADHD samenhangen met uitstellen, meer dan hyperactiviteit of impulsiviteit. Het is een eerste vinding met 54 deelnemers, dus geen bewijs waar je een gebouw op zet. Maar het past in het beeld dat uitstellen bij ADHD weinig met willen te maken heeft. Het systeem dat 'de moeite waard' moet zeggen, zegt het gewoon niet.

Wat je hiermee kunt doen

Als je zelf ADHD hebt

  • Plan saaie taken niet in lange blokken. Een uur declaraties op vrijdagmiddag is vragen om een verloren uur. Twintig minuten direct na iets dat je leuk vond, werkt vaker.
  • Maak de beloning dichtbij. Een lijst waar je dingen op doorstreept, een collega die je om vijf uur vraagt of het gelukt is, een korte deadline die je zelf bedenkt. Het klinkt kinderachtig. Het werkt omdat het precies het gat vult dat het brein laat vallen.
  • Zet een wekker voordat je aan iets begint waar je in kunt verdwijnen. Hyperfocus is fijn tot je de afspraak van drie uur mist.
  • Blijft iets al dagen liggen? Koppel het aan iets dat je wel trekt. Bel iemand terwijl je het formulier invult. Doe het samen met een collega. Verander van plek.

Als je leidinggeeft

  • Kijk naar wat er in een week uit komt in plaats van naar hoe gelijkmatig de uren gevuld zijn. Iemand die dinsdag stilstond en vrijdag drie dagen werk inhaalde, heeft de week gehaald.
  • Zeg waarom iets ertoe doet en voor wie, en houd het dichtbij. 'Marieke wacht hier donderdag op' doet meer dan 'dit is belangrijk voor het kwartaal'.
  • Korte tussenstappen met een moment waarop je ernaar vraagt, geven de beloning die het brein zelf niet aanmaakt. Spreek dat vooraf af, dan voelt het als werkwijze en niet als controle.
  • Wees zuinig met opmerkingen als 'je kunt het duidelijk wel als je wilt'. Dat klopt technisch en het is precies de zin die mensen met ADHD hun hele leven horen. Hij helpt niet.

Als je HR doet

  • Kijk in functioneringsgesprekken naar patronen over maanden. Grillige productiviteit met een goede uitkomst is bij ADHD normaal en zegt weinig over inzet.
  • Houd verplichte administratie zoals uren, declaraties en e-learnings kort en dicht op het moment. Een maandelijkse urenstaat is voor dit brein een ontwerpfout.
  • Bied ruimte voor verschil in werkritme waar het werk het toelaat, zonder dat iemand daar eerst een diagnose voor op tafel hoeft te leggen.

Bronnen

  1. Volkow ND, Wang GJ, Kollins SH e.a. (2009). Evaluating dopamine reward pathway in ADHD: clinical implications. JAMA, 302(10), 1084-1091.
  2. Tripp G, Wickens JR (2008). Dopamine transfer deficit: a neurobiological theory of altered reinforcement mechanisms in ADHD. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 49(7), 691-704.
  3. Luman M, Oosterlaan J, Sergeant JA (2005). The impact of reinforcement contingencies on AD/HD: a review and theoretical appraisal. Clinical Psychology Review, 25(2), 183-213.
  4. Hupfeld KE, Abagis TR, Shah P (2019). Living 'in the zone': hyperfocus in adult ADHD. ADHD Attention Deficit and Hyperactivity Disorders, 11, 191-208.
  5. Ashinoff BK, Abu-Akel A (2021). Hyperfocus: the forgotten frontier of attention. Psychological Research, 85, 1-19.
  6. Niermann HCM, Scheres A (2014). The relation between procrastination and symptoms of ADHD in undergraduate students. International Journal of Methods in Psychiatric Research, 23(4), 411-421.
  7. Dodson W. Secrets of your ADHD brain. ADDitude. Artikel van een psychiater, geen wetenschappelijke publicatie.

Deze reeks wordt bijgehouden door het team van Gryffi. Zie je een fout, of een bron die niet klopt? Mail naar info@gryffi.com, dan passen we het aan.